Natte handdoek

Paaszaterdag. Ik open m’n Tweetdeck. Hootsuite op mijn mobiel is al een paar dagen compleet over z’n toeren, het is de eerste keer in 3 dagen dat ik achter de twitterknoppen kruip.

Veel DM’s die ik eerst moet beantwoorden. Dan duikt er een klein berichtje op in mijn timeline van iemand met een grappig twitterprofiel: ‘Pien in de kop krijg je ervan’. Als Brabantse van origine herken ik dat. Ik krijg direct associaties met woeste uitgaansavonden toen ik nog studeerde, met veel te veel drank op en vooral: de ochtend daarna. Ik moet er om glimlachen en open de link die tweep @pienbetuwe in haar tweet heeft geplakt. Een BLOGje over een eigen gevleugelde uitspraak waar een mooi verhaal aan kleeft.

Ieder gezin heeft wel zo’n typische uitdrukking. Bij ons is dat ‘natte handdoek’.

Op een ochtend moest mijn zoon, toen een jaar of 15, een koffer inpakken omdat hij met een groep scholieren een paar dagen naar Brussel zou afreizen. Ik vond hem aan de ene kant oud genoeg om dat klusje zelfstandig te klaren. Aan de andere kant heeft hij weliswaar een subliem stel hersenen, maar is hij een kluns met praktische zaken. Dus toch even checken, vooral de zaken die ik zelf ook wel eens ben vergeten.

“Heb je genoeg onderbroeken ingepakt? Sokken?”
“Ja, een stuk of 5.”
“Tandpasta?”
“Ik heb een nieuwe tube uit het medicijnkastje gepakt.”
Dat valt me niet tegen.
“Een handdoek?”
“Die heb ik nog niet ingepakt. Die was nog nat”.

Stilte. Waarschijnlijk heb ik mijn wenkbrauwen opgetrokken van ongeloof. Dan zie ik dat hij het licht ziet. Eerst verschijnt een grote onhandige grijns op zijn gezicht en het volgende moment liggen we allebei dubbel van het lachen. Mijn dochter van 8 hoort ons gekakel onder aan de trap en komt naar beneden. Ik vertel haar waarom we zo moeten lachen. Nog half in het trapgat kijkt ze haar grote broer aan met een blik of hij van een andere planeet komt en zegt: “Ja duhuh! Dan pak je toch gewoon een nieuwe!?”

Sindsdien zeggen we tegen elkaar ‘natte handdoek!!!’ als één van ons iets zegt of doet dat ongelooflijk sullig is.

Bangalijstjes: Waar communicatie, sociale media en HRM samenkomen

Bangalijstjes. Hot topic offline en online. Banga is straattaal voor slet. Een meisjes van 13 zou er zelfmoord door hebben gepleegd. Bij Pauw en Witteman een dame die zo te zien het predicaat ‘jongere’ nog maar net is ontgroeid en die jongerencultuur heeft bestudeerd. Zij weet er veel van. Ze zegt in ieder geval heel zinnige en geloofwaardige dingen over jongeren en hun bangalijstjes. Dat sommige meisjes er juist wel op willen staan. Dat je misschien wel een probleem hebt als je op geen enkel bangalijstje voorkomt. Zij twijfelt er trouwens aan of het bangalijstje wel de reden is geweest voor de zelfdoding.

Bij een actualiteitenrubriek, ik weet even niet meer welke, een directrice van een middelbare school, die vertelt dat ze de nieuwe manieren van communiceren als een probleem ervaart. Ze hebben geen grip op wat er online gebeurt . “We worstelen daar mee,” zegt ze.

Ik vraag me af hoe dat worstelen er uit ziet? Gaan ze met een groep docenten bij elkaar zitten om te bespreken ‘hoe nu verder’? Ik denk het wel. Het middelbaar onderwijs staat er niet om bekend zich vaak te bedienen van externe expertise, behalve als er echt crisis is misschien. Of dat komt door gebrek aan financiële middelen of visie of erkennen of op tijd signaleren dat er een probleem is of eigenwijzigheid?

Bangalijstje is typisch zo’n thema waar 3 specialismen samenkomen: communicatie, sociale media en HRM/ training en coaching. In plaats van te worstelen zouden deze mevrouw en haar collega’s er beter aan doen om een groepje van deze professionals uit te nodigen voor het uitdenken van een effectieve aanpak. Zo’n targetforce komt met een heel uitgekiend – op elkaar afgestemd en resultaatgericht – plan hoe het 2.0 pestgedrag de kop omgedraaid kan worden. Of op zijn minst helpt dit dreamteam de school om er vat op te krijgen.

De sociale media specialist brengt aan tafel kennis van de verschillende netwerken. Deze specialist begint direct met online onderzoek om vast te stellen wat de stand van zaken is op deze school in deze sociaal maatschappelijke omgeving. Parallel daaraan leert de sociale media specialist de schoolmedewerkers de tools en tricks van online communicatie: van privacyinstellingen en de wijze waarop jongens en meisjes zich beter kunnen beveiligen tegen ongewenste digitale indringers en pottenkijkers tot screening van de online dialoog. Zo kan de school het in de toekomst zelf doen.

De communicatiespecialist helpt de school door een plan uit te werken voor het intern bespreekbaar maken van het probleem, het wijzen op de risico’s en wat een leerling er eventueel zelf aan kan doen (er kan bijvoorbeeld aangifte worden gedaan). De communicatiespecialist ontwerpt een plan voor de communicatie naar externe organisaties, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en de politie. Dit zou zelfs de vorm van een crisiscommunicatieplan kunnen krijgen als uit het onderzoek door de sociale mediaspecialist blijkt dat het op betreffende school, in het betreffende dorp of stad (want de schoolmuren zijn geen absolute grenzen) om buitensporige en gevaarlijke proporties blijkt te gaan.

De HRM adviseur werkt een coaching- en trainingsprogramma uit dat enerzijds de weerbaarheid bij de kinderen vergroot en anderzijds de docenten versterkt in hun effectiviteit om online pesten bespreekbaar te maken in de klas.

 

Interne communicatie: de verantwoordelijkhedenmatrix

Vraag een willekeurig persoon op een willekeurig niveau werkzaam in een willekeurige organisatie wat de succesfactor of faalfactor was van een ingrijpend verandertraject en deze persoon zal antwoorden: “de communicatie”. Op zijn minste staat dit containerbegrip in de top 3.

Terwijl men binnen organisaties het er vaak wel over eens is  dat er vrijwel niets belangrijker is dan interne communicatie, zie ik in de huidige maatschappij vrijwel uitsluitend vacatures en opdrachten voorbij komen voor externe communicatie. Voornamelijk marketingcommunicatie of sociale media.

Waarom is het toch dat organisaties het aan de ene kant zo belangrijk vinden en andere kant er niet in willen investeren? Ik bedoel niet eens zozeer door het uitbreiden of verstevigen (door gedegen opleiding) van de communicatieafdeling, maar ook door eens goed te kijken hoe het nou zit met de communicatiestructuur en de communicatieprocessen en de rollen en de verantwoordelijkheden.

Het boek IC in 3D van Ilse van Ravenstein en Guus Kok, een must voor iedere interne communicatiespecialist, zoomt in op verschillende organisatiefacetten, zoals cultuur, structuur, strategie en dergelijke, die stuk voor stuk consequenties hebben voor de interne communicatie. In het hoofdstuk ‘Spelers’ wordt uiteengezet dat in principe iedereen in de organisatie verantwoordelijk is voor ‘de communicatie’. Net zoals in de ‘gewone wereld’ zijn er verschillende rollen, verantwoordelijkheden, oriëntaties, ambities en kwaliteiten. Logischerwijs volgt daaruit dat deze heterogene groep op een heterogene wijze wil (en moet) worden ondersteund.

Op zich niets nieuws onder de zon. We – de communicatieprofs – weten al jaren dat we meer op maat de interne communicatie vorm moeten geven. Toch doen we het zelden. Dat is niet uit onwil of gemakzucht. Er is nooit tijd, er moeten meters worden gemaakt. Daarmee wordt bedoeld: er moeten tastbare zaken worden opgeleverd zoals een nieuwsbrief of een folder of een up-to-date intranet.

Wederom dus dat achterblijven van de noodzakelijke investeringen. Niet gek dus dat het maar niet wil lukken om de interne communicatie naar een hoger plan te trekken en er bij de volgende medewerkerraadpleging een dikke 8 voor te scoren.

In het boek IC in 3D staat een handzame rollen- en verantwoordelijkhedenmatrix waarin voor iedere ‘rol’ (oftewel groep medewerkers met eenzelfde taak) een aantal verantwoordelijkheden in de communicatie kunnen worden vastgelegd, zoals signaleren, visie uitdragen, visie of beleid vertalen, beleidsinformatie brengen of halen, proces of werkinformatie brengen of halen, kennis delen, motiveren, etc.

Wat is er nou simpeler – en hoeveel tijd vraagt dat nou eenmaal? – dan eens een keer goed met verschillende ‘rolvertegenwoordigers’ voor deze materie te gaan zitten en met elkaar door te nemen waar de verantwoordelijkheidskruisjes moeten komen te staan? En dan meteen ook vast te stellen in hoeverre deze kruisjes in de praktijk daadwerkelijk worden nageleefd. Het gesprek erover alleen al geeft en enorme boost aan het versterken van de communicatiekracht doordat het de wensen en (on)mogelijkheden van de verschillende rollen blootlegt. Het ontlast de communicatieafdeling doordat er minder over de schutting wordt gegooid en het geeft de communicatieprofessional helderheid over waar zij haar tijd aan zou moeten besteden. Zo kan zij haar immer beperkte tijd aanwenden voor communicatie-interventies die er ook echt toe doen.

Naschrift Ilse van Ravenstein:

‘Erg leuk dat Kick de waarde herkent van het expliciet maken van de rollen en verantwoordelijkheden die iedere medewerker in zijn/haar specifieke functie heeft. Zo’n rollen en verantwoordelijkheden matrix is slechts een hulpmiddel om het gesprek te voeren en kan desgewenst op maat worden gemaakt voor de functies en de specifieke rollen en verantwoordelijkheden in IC, die in organisatie relevant zijn. Afhankelijk van de specifieke uitdagingen van die organisatie natuurlijk!

Relevanter is nog om vervolgens te kijken naar of managers, medewerkers, adviseurs etc. ook in staat zijn om hun IC verantwoordelijkheid waar te maken. Hebben ze de juiste vaardigheden, beschikken ze over de benodigde tools en middelen? Ondersteunt de huidige communicatiestructuur anderen wel in hun IC verantwoordelijkheid, of neemt het die eigenlijk stiekem over? Zodat die anderen al helemaal niet meer ervaren dat het hun verantwoordelijkheid is. Wat mij betreft is het aanbieden van ondersteuning, advies, coaching en tools en middelen de kern van de rol van de (interne) communicatie adviseur. Die er dan dus vooral is om anderen te helpen beter te worden in interne communicatie. Mooie uitdaging!’

De zogenaamde communicatieprofessional

Binnen 12 uur is het twee keer raak. Kaf versus koren.

Gisteravond zet ik een tweet uit dat ik beschikbaar ben voor een opdracht. Veel RT’s en ook iemand die vrijwel meteen reageert en aangeeft dat hij me misschien kan helpen. Tenminste, zo interpreteer ik zijn eerste reactie. Na nog een tweet over en weer blijkt dat hij denkt dat ik op zoek ben naar een communicatieadviseur en hij werpt zich op, klaar om deze klus te klaren.

Ik kijk naar zijn twitterprofiel. Daar staat inderdaad ‘communicatie‘ tussen. Als je heel weinig lettertekens kunt gebruiken om je profiel te beschrijven is dit woord dus meteen zoiets als “ik ben communicatieadviseur”.  Een link leidt mij naar zijn LinkedIn pagina. Ik zie dat hij een managementopleiding heeft gedaan. Geen spoor van communicatie. Gek. Ik laat hem weten dat ik zelf zoek en stel hem de vraag waarom hij zich als communicatieadviseur opwerpt. Zo weinig achting voor het vak?

Communicatie volgens Fokke en SukkeVanochtend zie ik op LinkedIn een vraag van een medegebruiker in de groep Communicatie, Pers en Voorlichting. Of iemand een communicatieplan heeft. Een stuk of 20 mensen hebben gereageerd. De eerste die heeft gereageerd, ene Sandra, geeft direct aan dat zij er een heeft en de anderen laten Sandra weten dat zij die ook graag zouden ontvangen. Steekproefsgewijs bekijk ik wat profielen. Wat is LinkedIn toch een heerlijk medium om je licht op te steken over de professionele kwaliteiten van mensen. Allemaal geven zij aan dat zij communicatieadviseur zijn. Ik spot zelfs hier een enkele ‘communicatiemanager’.

Wat hier aan de hand is? Het zoveelste bewijs dat er veel kaf is op de markt. Mensen die een keer een zomercursus hebben gevolgd werpen zich op als de communicatiespecialist. Vaak nog senior ook. Wat is het toch jammer dat onze professie niet is beschermd!

 

Mee discussiëren op LinkedIn? Meld je aan bij de groep Communicatie, Pers en Voorlichting. Daar is dit thema als discussiepunt ingebracht.

Zomaar een zondag op LinkedIn

Vanochtend vond ik dit bericht in mijn mailbox op LinkedIn:

“Beste Kick Klein,
Naar aanleiding van uw oproep op LinkedIn zijn wij zeer geïnteresseerd om met u in contact te treden, gezien uw achtergrond en de mogelijkheden in onze business. Het is een mogelijkheid in een totaal andere branche en wellicht staat u hiervoor open.
Wij willen met u de mogelijkheid bespreken om als fulltime of parttime zakenpartner uw expertise en mensenkennis in te zetten om een eigen onderneming in Nederland, Europa en wereldwijd te ontwikkelen d.m.v. ons concept. Door middel van dit concept zou u, al of niet naast uw huidige functie, een eigen bedrijf en een overerfbaar inkomen kunnen opbouwen.”

Ongetwijfeld weer zo’n bedrijf dat aan netwerkverkoop doet en mij daarvoor wil strikken. Geen idee waarom ze mij benaderen. Niets op mijn LinkedIn profiel wijst maar in de verste verte op interesse in deze business. Dat is dus al meteen een verkeerd begin van onze ‘relatie’: De ander heeft zich niet verdiept in mij en wat ik doe, maar stuurt mij lukraak een mail.

Maar misschien zit ik er wel helemaal naast. Dat wil ik wel eens uittesten. Sowieso triggert dat opbouwen van een ‘overerfbaar inkomen’ mij. Wat zou dat betekenen? Zie ik nu geen cent (maar straks mijn kinderen wel) en verwacht men dat ik ook niet lang zal leven als ik mij inlaat met deze club? Marlon Brando met dikke plukken watten in zijn wangen verschijnt voor mijn geestesoog: “Make them an offer they cannot refuse!” Ik ga op onderzoek uit.

Lees hier de mailwisseling.