Houd als facilitator of presentator rekening met leerstijlen

Afgelopen weekend ben ik ondergedompeld in de training voor Master Presenter van Open Circles Academy. Wat mij het meest heeft gebracht: Het onderscheid in de wijzen waarop mensen leren: visueel, auditief en kinesthetisch.

Ik wist dit al vanuit de lerarenopleiding die ik ooit eens in een donkergrijs verleden heb gedaan, maar in de training van Open Circles werd mij pas duidelijk wat daarvan de consequenties zijn voor het geven van presentaties of het faciliteren van bijeenkomsten.

Auditieve deelnemers

Auditieve mensen leren vooral door het HOREN van de informatie. Dat is nogal voor de hand liggend. Wat ik niet wist, is dat zij als het ware een opname maken in hun hoofd en om de informatie te kunnen reproduceren deze ‘tape’ van voren af aan afspelen. Zij leren de stof van begin tot eind. Met zaken die uit de chronologie worden gehaald, kunnen zij slecht uit de voeten. Een logische volgorde in het aangereikte materiaal helpt hen dus om te leren.

Auditief ingestelde mensen herken je doordat ze meeknikken met wat ze horen en zachtjes voor zich uit praten en herhalen wat jij zegt. Zij voeren een innerlijke dialoog.

Een ramp voor auditief ingestelde mensen: In ons schoolsysteem hebben wij veel testen volgens het multiple choice systeem. Want wat gebeurt er? Zij krijgen 4 antwoorden. Wat zij doen is het eerste antwoord pakken, de tape aanzetten bij het begin, deze afspelen en checken of dat antwoord in de informatie voorkomt. Als dat niet zo is, pakken zij het tweede antwoord, spoelen de tape in hun hoofd helemaal terug en draaien hem een tweede keer af. En dit herhaalt zich totdat zij het juiste antwoord hebben gevonden.

Als antwoord A altijd het juiste antwoord is, is er geen probleem, dan zijn zij ruim op tijd klaar. Maar dat is natuurlijk niet zo en gemiddeld hebben zij dus veel meer tijd nodig om zo’n multiple choice test te maken. Eindresultaat: Zij scoren slecht omdat zij te weinig tijd hebben en hun test inleveren met de laatste vragen nog open.

Visuele deelnemers

Visueel ingestelde mensen moeten vooral ZIEN. Zij zijn het meeste gebaat met het opschrijven van de stof. Als je presenteert help je hen dus door een flipover te gebruiken en in bullits de kernwoorden op te schrijven.

Waar visueel ingestelde mensen moeite mee hebben is de connectie maken tussen het gesproken woord en de geschreven tekst. Als presentator kan je dus het beste bij de flipover blijven staan en terwijl je praat, het kernwoord aanwijzen waarover jouw informatie gaat.

Visuele mensen zijn te herkennen doordat zij continue oogcontact zoeken met de presentator. Als er in de zaal iemand op de stoel vóór hen zit die hun zicht blokkeert, bewegen zij de hele tijd van links naar rechts om die persoon heen om de spreker te kunnen zien.

Kinesthetische deelnemers

Kinesthetisch ingestelde mensen moeten kunnen BEWEGEN om de informatie op te kunnen slaan. Zij gebruiken minder hun oren en ogen, maar vooral hun lichaam.

Tegenwoordig krijgen zij in no time het stempel ADHD opgeplakt. Het is de vraag of dit wel zo is. Het kan heel goed dat die zogenaamde ADHDers gewoon kinesthetisch ingestelde leerlingen zijn die niet stil kunnen zitten omdat hun lichaam moet bewegen zodat zij de informatie kunnen verwerken.

Voor een facilitator betekent dit dat hij of zij heel regelmatig opdrachten moet inbouwen waarbij beweging wordt ingebracht. Bijvoorbeeld: “Bespreek met de persoon naast je welk inzicht deze informatie jou heeft opgeleverd.” Er is dan ruimte voor de kinesthetisch ingestelde personen om naar links of rechts te draaien, al pratend bewegingen met de armen te maken (dat doe je niet als de zaal muisstil aan het luisteren is zonder ergernis bij anderen op te wekken). Zo’n oefening helpt trouwens ook de auditief ingestelde mensen.

Ons waardeloze onderwijssysteem

Een ander inzicht dat ik heb gekregen is dat ons schoolsysteem, waarin vrijwel alleen aandacht is voor visueel leren, enorm ‘zuigt’.

Ons schoolsysteem is primair ingesteld op visueel ingestelde leerlingen. De kinesthetische leerlingen komen er uiterst bekaaid van af. In de kleutergroep gaat het voor alle typen leerlingen nog prima: Er wordt veel met plaatjes gewerkt en met liedjes en er is volop ruimte om te schilderen en te spelen en te bewegen. In de basisschool verschuift de leermethode naar auditief en visueel. Op de middelbare school is de primaire leermethode visueel (en de komst van het concept ‘studiehuis’ heeft dit verergerd): Leerlingen krijgen een boek en een computer (visuele leermiddelen!) en moeten het verder zelf maar uitzoeken.

0 Response to “Houd als facilitator of presentator rekening met leerstijlen”


  • No Comments

Leave a Reply