Enige tijd geleden ontving ik een zuur mailtje van een fotograaf die ik had ingezet toen ik aan de slag was als interimmer. Hier, op mijn website, had ik één van zijn foto’s gebruikt ter illustratie van een artikel over het betreffende communicatieproject. De foto was rechtenvrij voor de opdrachtgever. Maar inmiddels werkte ik daar niet meer en ik was dus eigenlijk niet langer bevoegd om welk materiaal dan ook van hem te gebruiken. En ‘on-top-of-it-all’ was ik ook nog vergeten om zijn naam erbij te zetten. Geen onwil; in de hectiek — snel snel snel nog even een artikel plaatsen — gewoon niet aan gedacht.
“Als een tentenbouwer of cateraar niet helemaal op de hoogte is over hoe het auteursrecht is geregeld snap ik dat wel, maar kun jij als communicatiedeskundige me uitleggen waarom die foto — zelfs zonder naamsvermelding — op je site staat?” Tsjakka & touché! Ik heb natuurlijk mijn excuses aangeboden en twee oplossingen voorgesteld: Zijn naam er bij zetten of er helemaal af halen. Hij koos voor het laatste.
Iets vergelijkbaars overkwam mij afgelopen zomer. We waren met een reisgezelschap in India. Geweldige vakantie en in twee weken tijd waren we een hele hechte groep geworden. Tot het laatste hotel waar wij zouden bivakkeren niet helemaal aan de verwachtingen van een gedeelte van de groep voldeed. Mensen raakten geïrriteerd en een aantal families wilde koste wat koste verkassen naar een ander hotel.
Omdat mijn dochter ziek was, had ik me afzijdig gehouden en de hoogte en breedte en diepte van alle emoties niet meegekregen. Toen ik weer aanhaakte was er nét een oplossing geforceerd: We moesten met zijn allen maar verhuizen naar een top-of-the-bill hotel een kilometer verderop. Op eigen kosten, die voor die 3 nachten — ook naar Nederlandse maatstaven — niet gering waren en zeker exorbitant te noemen in een land als India.
Wij waren inmiddels al gesetteld in ons hotel en vonden het prima waar we zaten. Toegegeven, het was niet het beste hotel van de reis, maar zeker ook niet het slechtste. Het was het eerste hotel waar ook meer Indiërs als gast te vinden waren en het zwembad bevolkten. Dat vonden wij nu juist erg charmant. Wij besloten te blijven.
Ons standpunt deed het neergedaalde stof opnieuw opwaaien. Toen ik vroeg waarom sommige reisgenoten zo heftig reageerden, beet één van mijn reisgenoten mij toe: “Jíj bent toch communicatieadviseur?! Dat snap je toch zeker wel?!”
Als communicatieadviseur weet en kan je álles wat maar te maken heeft met menselijke interactie. Je weet door verbale en non-verbale communicatie precies wat andere mensen denken, willen, voelen. Je zegt altijd precies de juiste dingen en je hebt nooit een meningsverschil. Jouw woorden leiden nooit tot irritatie bij een ander en je trapt nooit op tenen. Als communicatieadviseur sta je eigenlijk een beetje boven de gewone mensen. Je bent adviseur, coach, mediator en God in één.
Op mijn volgende groepsreis ben ik softwareontwikkelaar.
