Houd als facilitator of presentator rekening met leerstijlen

Afge­lo­pen week­end ben ik ondergedom­peld in de train­ing voor Mas­ter Presenter van Open Circles Academy. Wat mij het meest heeft geb­racht: Het onder­scheid in de wijzen waarop mensen leren: visueel, audit­ief en kinesthetisch.

Ik wist dit al vanuit de ler­ar­enopleiding die ik ooit eens in een donker­grijs verleden heb gedaan, maar in de train­ing van Open Circles werd mij pas duidelijk wat daar­van de con­sequen­ties zijn voor het geven van present­aties of het faci­literen van bijeen­kom­sten. Con­tinue read­ing ‘Houd als facil­it­ator of present­ator rek­en­ing met leerstijlen’

Wordle voor sollicitatiegesprekken

Gisteren had ik een sol­li­cit­atiege­sprek. Ik wilde me natuurlijk goed voorbereiden en heb de dag ervoor de web­site van de organ­isa­tie bekeken. Met name die webpagina’s die inform­atie gaven over de opdracht die ik zou gaan doen als ik het zou worden. My God! Wat een hoop info. Niet zozeer op de webpagina’s zelf, dat was pun­tig gen­oeg, maar er zaten in het sub­menu rechts wel twaalf PDF’s met ieder wel tig pagina’s met nadere info. Het ging mij natuurlijk nooit lukken om dat alle­maal door te spit­ten in de paar uur die ik er voor had uit­get­rokken.  Con­tinue read­ing ‘Wordle voor sollicitatiegesprekken’

Wordle voor aanbevelingen

Van mijn laat­ste lang­durige opdracht heb ik een aan­tal zeer mooie ref­er­en­ties mee­gekre­gen van ver­schil­lende interne samen­werking­s­part­ners.
Toch altijd jam­mer als aan­bev­elin­gen in je PC ver­stopt blijven tot iemand er eens naar vraagt. Daarom heb ik een poosje terug een plu­gin gedown­load voor deze web­site zodat ik in het menu rechts wat quotes kon plaat­sen. Daar­net bedacht ik een nog moo­iere vorm: Waarom er geen Wordle van gemaakt? Dus alle tek­sten gekopieerd en in het tek­stvak op wordle.net geplakt. Beetje stoeien met fonts, schrij­frichtin­gen en kleur­en­palet en Klaar is Kees! Een kind kan de was doen…

 

Natte handdoek

Paasza­ter­dag. Ik open m’n Tweet­deck. Hoot­suite op mijn mobiel is al een paar dagen com­pleet over z’n toeren, het is de eer­ste keer in 3 dagen dat ik achter de twit­ter­knop­pen kruip.

Veel DM’s die ik eerst moet beant­woorden. Dan duikt er een klein berichtje op in mijn timeline van iemand met een grap­pig twit­ter­profiel: ‘Pien in de kop krijg je ervan’. Als Bra­bantse van ori­gine herken ik dat. Ik krijg dir­ect asso­ci­aties met woeste uit­gaansavonden toen ik nog studeerde, met veel te veel drank op en vooral: de ochtend daarna. Ik moet er om glim­lachen en open de link die tweep @pienbetuwe in haar tweet heeft geplakt. Een BLO­Gje over een eigen gevleu­gelde uit­s­praak waar een mooi ver­haal aan kleeft.

Ieder gezin heeft wel zo’n typis­che uit­drukking. Bij ons is dat ‘natte handdoek’.

Op een ochtend moest mijn zoon, toen een jaar of 15, een kof­fer inpakken omdat hij met een groep scho­lieren een paar dagen naar Brus­sel zou afreizen. Ik vond hem aan de ene kant oud gen­oeg om dat klusje zelf­standig te klaren. Aan de andere kant heeft hij wel­iswaar een sub­liem stel hersenen, maar is hij een kluns met prakt­ische zaken. Dus toch even checken, vooral de zaken die ik zelf ook wel eens ben vergeten.

Heb je gen­oeg onder­broeken inge­pakt? Sokken?”
“Ja, een stuk of 5.”
“Tand­pasta?”
“Ik heb een nieuwe tube uit het medi­cijnkastje gepakt.”
Dat valt me niet tegen.
“Een hand­doek?”
“Die heb ik nog niet inge­pakt. Die was nog nat”.

Stilte. Waarschijn­lijk heb ik mijn wen­k­brauwen opget­rokken van ongeloof. Dan zie ik dat hij het licht ziet. Eerst ver­schijnt een grote onhandige grijns op zijn gezicht en het vol­gende moment lig­gen we alle­bei dub­bel van het lachen. Mijn dochter van 8 hoort ons gekakel onder aan de trap en komt naar bene­den. Ik ver­tel haar waarom we zo moeten lachen. Nog half in het trap­gat kijkt ze haar grote broer aan met een blik of hij van een andere planeet komt en zegt: “Ja duhuh! Dan pak je toch gewoon een nieuwe!?”

Sindsdien zeg­gen we tegen elkaar ‘natte hand­doek!!!’ als één van ons iets zegt of doet dat ongelooflijk sul­lig is.

Bangalijstjes: Waar communicatie, sociale media en HRM samenkomen

Bangalijstjes. Hot topic off­line en online. Banga is straat­taal voor slet. Een meisjes van 13 zou er zelf­moord door hebben gepleegd. Bij Pauw en Wit­te­man een dame die zo te zien het pre­dicaat ‘jongere’ nog maar net is ont­groeid en die jonger­en­cul­tuur heeft bestudeerd. Zij weet er veel van. Ze zegt in ieder geval heel zin­nige en geloofwaar­dige din­gen over jongeren en hun bangalijstjes. Dat som­mige meisjes er juist wel op wil­len staan. Dat je mis­schien wel een prob­leem hebt als je op geen enkel bangalijstje voorkomt. Zij twijfelt er trouwens aan of het bangalijstje wel de reden is geweest voor de zelfdoding.

Bij een actu­al­iteiten­rub­riek, ik weet even niet meer welke, een dir­ect­rice van een mid­del­bare school, die ver­telt dat ze de nieuwe manieren van com­mu­niceren als een prob­leem ervaart. Ze hebben geen grip op wat er online gebeurt . “We wor­stelen daar mee,” zegt ze.

Ik vraag me af hoe dat wor­stelen er uit ziet? Gaan ze met een groep docenten bij elkaar zit­ten om te bespreken ‘hoe nu ver­der’? Ik denk het wel. Het mid­del­baar onder­wijs staat er niet om bek­end zich vaak te bedienen van externe expert­ise, behalve als er echt crisis is mis­schien. Of dat komt door gebrek aan fin­an­ciële mid­delen of visie of erkennen of op tijd sig­naleren dat er een prob­leem is of eigenwijzigheid?

Bangalijstje is typisch zo’n thema waar 3 spe­cial­is­men samen­ko­men: com­mu­nic­atie, sociale media en HRM/ train­ing en coach­ing. In plaats van te wor­stelen zouden deze mev­rouw en haar collega’s er beter aan doen om een groepje van deze pro­fes­sion­als uit te nodi­gen voor het uit­den­ken van een effectieve aan­pak. Zo’n tar­get­force komt met een heel uit­gekiend — op elkaar afgestemd en res­ultaat­gericht — plan hoe het 2.0 pest­gedrag de kop omgedraaid kan worden. Of op zijn minst helpt dit dreamteam de school om er vat op te krijgen.

De sociale media spe­cial­ist brengt aan tafel ken­nis van de ver­schil­lende netwerken. Deze spe­cial­ist begint dir­ect met online onderzoek om vast te stel­len wat de stand van zaken is op deze school in deze sociaal maatschap­pelijke omgev­ing. Par­al­lel daaraan leert de sociale media spe­cial­ist de schoolme­dew­erkers de tools en tricks van online com­mu­nic­atie: van pri­vacy­in­stellin­gen en de wijze waarop jon­gens en meisjes zich beter kunnen bevei­li­gen tegen ongewen­ste digitale indringers en pot­ten­kijkers tot screen­ing van de online dia­loog. Zo kan de school het in de toekomst zelf doen.

De com­mu­nic­atiespe­cial­ist helpt de school door een plan uit te werken voor het intern bespreek­baar maken van het prob­leem, het wijzen op de risico’s en wat een leer­ling er even­tueel zelf aan kan doen (er kan bij­voor­beeld aangifte worden gedaan). De com­mu­nic­atiespe­cial­ist ont­werpt een plan voor de com­mu­nic­atie naar externe organ­isa­ties, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en de politie. Dit zou zelfs de vorm van een crisis­com­mu­nic­atie­plan kunnen krij­gen als uit het onderzoek door de sociale medi­aspe­cial­ist blijkt dat het op betref­fende school, in het betref­fende dorp of stad (want de schoolmuren zijn geen abso­lute gren­zen) om buiten­sp­orige en gevaarlijke pro­por­ties blijkt te gaan.

De HRM adviseur werkt een coach­ing– en train­ing­s­pro­gramma uit dat enerz­ijds de weerbaar­heid bij de kinderen ver­g­root en anderz­ijds de docenten ver­sterkt in hun effectiv­iteit om online pesten bespreek­baar te maken in de klas.